Aspecifieke lage rugklachten
Veel mensen hebben wel eens last van hun rug. Rugpijn kan een signaal zijn van verschillende aandoeningen van structuren die zich in en rondom de wervelkolom bevinden. Voor het overgrote deel (circa 90%) hebben de rugklachten geen specifieke oorzaak, zoals een discus-hernia of een onsteking, maar komen zij waarschijnlijk voort uit een verrekking van spieren of banden die langs de wervelkolom lopen. We spreken dan van aspecifieke klachten.
Rugklachten kunnen plotseling optreden, maar ook geleidelijk ontstaan. De ernst van de pijn verschilt sterk van persoon tot persoon en soms straalt de pijn uit naar de billen of benen. Het beloop van de klachten kan ook nogal variÎren, van kortdurende klachten die hoog- uit enkele uren of dagen aanhouden, tot chronische klachten van vele maanden. Lage rugklachten kunnen een sterk wisselend beloop laten zien, waarbij bijvoorbeeld voortdurend een lichte pijn aanwezig is met af en toe een verergering, en bij veel mensen komen klachten regelmatig terug. Bij het ontstaan en voortduren van rugklachten spelen vele fysieke en psychosociale factoren een rol. Daarbij kan gedacht worden aan kortdurende overbelasting (‘werken in de tuin’), langdurige overbelasting (bijvoorbeeld in bepaalde beroepen), onder- belasting (verzwakking van spieren en banden), angst voor pijn, en vermijdingsgedrag (bijvoorbeeld minder bewegen door de pijn).
Rugklachten verwijzen naar een gezondheidsprobleem dat we alleen kunnen vaststellen door het aan mensen zelf te vragen. Daarbij kan gevraagd worden naar de precieze locatie van de pijn, de ernst van de pijn, hoe lang de pijn aanwezig is, en de consequenties van de klachten voor het dagelijks leven. Er zijn geen specifieke testen die de aanwezigheid ervan kunnen aantonen of uitsluiten. Indien gevraagd wordt of iemand rugklachten heeft gehad gedu- rende de afgelopen 12 maanden (1-jaar periode prevalentie) dan antwoordt circa 40-50% van de volwassen Nederlandse bevolking bevestigend. Als bij deze mensen vervolgens wordt gevraagd hoe ze hun klacht zouden typeren, dan blijkt het overgrote deel (meer dan 80%) voortdurende of terugkerende pijn te hebben. Zelden wordt gesproken van een ÈÈnmalige klacht (4,8%). Circa ÈÈn-vijfde (20%) van de volwassen bevolking rapporteert chronische lage rugklachten, dat wil zeggen klachten die langer dan 3 maanden aanwezig zijn. De klachten komen zowel bij mannen als bij vrouwen veel voor (Figuur 1). Tevens komen lage rugklachten bij alle leeftijden veel voor met een lichte piek bij personen van 45-54 jaar, zie figuur 1. Als we deze cijfers van 1998 vertalen naar de Nederlandse bevolking van 2000 dan kan geschat worden dat 1.142.000 mannen en 1.227.400 vrouwen chronische lage rugklachten hebben, totaal 2.369.400 personen.
Op basis van alleen demografische ontwikkelingen is de verwachting dat het aantal personen met nek- en rugklachten tussen 2000 en 2020 met 14,3% zal toenemen.
Lage rugklachten komen in alle lagen van de bevolking veel voor. Sociaal-economische verschillen in het optreden van lage rugklachten zijn niet groot. Bij diverse beroepen is er een groot risico op lage rugklachten, zoals bij verpleegkundigen. Werk dat gekarakteriseerd wordt door handmatig verplaatsen van een last, buigen en draaien van de romp, zware fysieke belasting en/of blootstelling aan lichaamstrillingen kan als risicovol werk worden aangemerkt. Recent is er ook aandacht voor lage rugklachten bij kinderen. In een Engelse studie werd een 1-maandsprevalentie van 24% gevon- den bij kinderen van 11-14 jaar. In een Nederlandse studie bij 12-14 jarigen in de regio Arnhem/de Achterhoek werd zelfs een 3-maands prevalentie van lage rugklachten van 46,5% gevonden. Onderzoek naar het ontstaan van lage rugklachten bij kinderen kan inzicht bie- den in het ontstaan van klachten die op latere leeftijd vaak chronisch van aard zijn of regelmatig terugkeren.
De kosten gemaakt in de gezondheidszorg vanwege lage rugklachten worden voor 2000 geschat op 337,3 miljoen euro, circa 0,9% van de totale kosten van de gezondheidszorg. Circa 40% van die kosten wor- den gemaakt in de ziekenhuiszorg en de medisch-specialistische zorg en circa 40% door de eerstelijnszorg. Binnen de eerstelijnszorg (totaal naar schatting €139,3 miljoen aan lage rugklachten) wordt circa 24,3 miljoen uitgegeven aan lage rugklachten door de huisartsen/gezondheidscentra, dat is 2,1% van alle kosten van de huisarts/gezondheidscentra. Naar schatting wordt 14% van alle kosten van de paramedische zorg gemaakt vanwege lage rugklachten. Dat is een totaal bedrag van circa 114,9 miljoen euro, waarvan het merendeel voor rekening van de fysiotherapie komt (€103,4).
Geschat kan worden dat 7,3 miljoen verzuimde werkdagen (conser- vatieve schatting) in het jaar 2000 zijn toe te schrijven aan lage rug- klachten. Dat is 8,7% van het totale ziekteverzuim. In het jaar 2002 waren er 992.996 lopende uitkeringen ten gevolg van arbeidsongeschiktheid. Hiervan zijn 132.995 (13%) ten gevolge van rugpijn of aandoening van de wervelkolom. De totale kosten voor arbeidsongeschiktheid die in het jaar 2000 geassocieerd zijn met rug-gerelateerde aandoeningen kunnen worden geschat op €1,7 miljard.
Centrum voor Preventie- en Zorgonderzoek PZO 2005/07
Richtlijn aspecifieke rugklachten Fysiotherapie