ARBEIDSFYSIOTHERAPIE

CANS

Waarom CANS en geen RSI meer

RSI heeft in de praktijk een groot aantal nadelen. Voor patiÎnten heeft RSI een negatieve lading. Daarbij schept de term verwarring: het gaat veelal niet om een 'injury'. Bovendien kan niet alleen 'repetitive strain' maar ook statische belasting de klachten veroorzaken. Naast RSI worden nog vele andere termen gebruikt voor arm-, nek- en/of schouderklachten en zijn vele definities en indelingen in omloop. ?Het heeft geleid tot spraakverwarring onder zowel behandelaars als patiÎnten. Het spreken van dezelfde taal is een eerste vereiste voor goede samenwerking. Maar ook voor het vergelijken van wetenschappelijk onderzoek is eenduidige taal van belang. Kortom, de term RSI†kan in de ban gedaan worden.

Multidisciplinaire eenstemmigheid

Een panel van 46 afgevaardigden van elf medische en paramedische beroepsorganisaties heeft zich gebogen over een nieuwe naam, definitie en indeling van arm-, nek- en/of schouderklachten, die voor alle beroepsgroepen bruikbaar is. Startpunt van het proces was een multidisciplinaire werkconferentie. De uitkomsten zijn vervolgens verder uitgewerkt in een Delphi-onderzoek, waarbij aan het panel vragen zijn voorgelegd. Via herhaalde terugkoppeling van de antwoorden op de vragen is consensus bereikt

het CANS-model (2004)

Er is overeengekomen de klachtengroep voortaan aan te duiden als CANS (Complaints of the Arm, Neck and/or Shoulder). Volgens de daarbij opgestelde definitie zijn dit klachten van het bewegingsapparaat in arm, nek en/of schouder, die niet veroorzaakt worden door een acuut trauma of een systemische aandoening. CANS is†een omschrijving van een klachtencomplex. Het is GEEN diagnose. Het CANS model laat zien dat de klachten in te delen zijn in specifieke en a-specifieke CANS. Een aandoening is specifiek als deze te diagnosticeren is. Dit betekent dat op basis van onderscheidende kenmerken de diagnose reproduceerbaar gesteld kan worden. Op deze wijze heeft het panel 23 aandoeningen als specifieke CANS benoemd. Ze worden als afzonderlijke aandoeningen benaderd en behandeld en dus niet als ÈÈn grote groep van klachten gezien. Als een aandoening niet in het rijtje van de 23 als specifieke CANS voorkomt, wordt gesproken van a-specifieke CANS.?
Specifieke CANS:

  1. 1. Bicepspees tendinose?
  2. 2. Bursitiden rond de elleboog?
  3. 3. Carpaal tunnelsyndroom?
  4. 4. Cervicale hernia?
  5. 5. Cubitaal tunnelsyndroom
  6. 6. M. Dupuytren?
  7. 7. Epicondylitis lateralis cubiti?
  8. 8. Epicondylitis medialis cubiti?
  9. 9. Frozen shoulder?
  10. 10.†Guyon kanaalsyndroom?
  11. 11. Instabiliteit van de schouder
  12. 12. Instabiliteit van de elleboog?
  13. 13. Scheur in het labrum glenoidale
  14. 14 .Lokale artritis (geen RA) in een gewricht van de bovenste extremiteit
  15. 15. Oarsman's wrist
  16. 16. Radiaal tunnelsyndroom?
  17. 17. Raynaud's fenomeen
  18. 18. Rotator cuff scheuren
  19. 19. Subacromiaal impingementsyndroom (rotator cuff syndroom, tendinosen en††bursitiden rond de schouder
  20. 20. Sudeckse dystrofie?
  21. 21. Suprascapulaire compressie?
  22. 22. Triggerfinger?
  23. 23. Ziekte van De Quervain?

Hoe vaak komt CANS voor

- De jaarlijkse kosten voor de maatschappij door CANS bedragen circa 2 miljard (TNO 2006).
- Jaarlijks gaan 340.000 tot 675.000 werknemers naar de dokter met werkgerelateerde klachten aan arm, nek of schouder (TNO 2006).
- Tussen 2000 en 2002 is het percentage CANS-klachten onder werknemers gestegen naar 28 procent (was 26 procent). Dit betekent dat in 2002 1.960.000 Nederlanders klachten aan arm, nek of schouder hadden, een toename van 140.000 ten opzichte van 2000 (TNO Arbeid 2005).
- Een studie onder de gehele Nederlandse bevolking van 25 jaar en ouder, meldt 102.000 mannen en 111.000 vrouwen met CANS (Uit: Feiten en cijfers Aandoeningen aan het Bewegingsapparaat, 2005 (Studie Klachten en Aandoeningen Bewegingsapparaat, RIVM 2004).
- In 2003 heeft een op de vijf mensen CANS-klachten (TNO Arbeid). 1 op de 10 personen met CANS-klachten bezoekt de huisarts, 1 op de 100 mensen meldt zich langer ziek dan 3 maanden (‘Aan het werk met RSI’, Body@Work 2003).
- Van de beroepsbevolking werkt 46 procent regelmatig met een beeldscherm. Nederland staat daarmee op nummer 1 in Europa.
- Mensen die veel met het toetsenbord werken en niet met de muis rapporteren ongeveer evenveel klachten als mensen die wel veel met de muis werken (TNO, Blatter en Bongers). CANS-klachten komen het meest frequent voor bij degenen die helemaal niet met een beeldscherm werken Èn bij degenen die er juist 8 uur of meer mee werken (NEA 2003, TNO Arbeid).
- CANS-klachten komen in 2000 voor bij 23 procent van de werkenden. Hoe jonger, hoe meer klachten. Beneden de 35 jaar meldt een kwart CANS-klachten. Onder de 55-plussers is dit 15 procent. Daarnaast melden vrouwen vaker CANS-klachten dan mannen (www.cbs.nl).
- Er worden weinig aanpassingen doorgevoerd op de werkplek: bij slechts eenderde wordt meubilair en apparatuur aangepast. Functie, werktijden en pauzes worden daarentegen bijna nooit aangepast (Coronel instituut, 2006).
- CANS-patiÎnten scoren qua mentale gezondheid gelijk aan de gemiddelde werkende Nederlander. Een depressie of burn-out komt onder hen ook niet vaker voor dan gemiddeld (Coronel instituut, 2006).

Wat zijn de klachten

Klachten zijn met name pijn, stijfheid en tintelingen/doofheid. Meer dan de helft slikt dan ook regelmatig pijnstillers (Coronel instituut, 2006). Beperkingen worden met name ervaren in de fysieke en sociale omgang met de omgeving, zowel op het werk als privÈ (Coronel instituut, 2006).

TOP 5 Risicosectoren

1. Gezondheidszorg? 2. Industrie 3. Onderwijs? 4. Bouw? 5. Handel

Nederlandse CANS-cijfers versus Europa

Uit onderzoek van de European Foundation for the Living and Working Conditions onder 15 landen in Europa blijkt dat in Nederland niet meer arbeidsgerelateerde klachten wordt gerapporteerd dan in andere Europese landen. Het gemiddelde over 15 Europese landen is 22,8 procent. In Nederland is dit 23,4 procent. Hiermee bevindt Nederland zich in de middenmoot. Arm-, nek- en schouderklachten komen vaker voor in Denemarken, Finland, Ierland, ItaliÎ, Frankrijk, Griekenland en Zweden. Zie onderstaand figuur met de prevalentiecijfers RSI-klachten in 15 Europese landen (TNO Arbeid, 2005).

Arbeidsfysiotherapie

Arbeidsgerelateerde aandoeningen


Overig